Principes opleiding
Principes de la formation

De opleidingsvisie



KFC Rhodienne De Hoek wil, zowel bij de jeugd als bij de eerste ploeg, attractief combinatievoetbal brengen gebaseerd op snelheid, techniek en spelinzicht. We proberen zoveel mogelijk op de helft van de tegenstander te voetballen om de hoger aangehaalde kwaliteiten maximaal te ontwikkelen. We verdedigen vooruit en in zone en zetten hoog druk bij de tegenstander.
Om dit waar te maken leren we de spelers functionele techniek aan waarbij de snelheid van uitvoering wordt verhoogd in functie van de leeftijd. In het leerproces tot combinatievoetbal besteden we ook veel aandacht aan het gepast en juist bewegen zonder bal. Deze opleidingsprincipes passen we toe zowel tijdens de wedstrijden als op training. Combinatievoetbal is de moeilijkst aan te leren speelstijl. Als club kiezen we evenwel voor dit soort voetbal omdat combinatievoetbal het best de ontwikkeling van het technische vermogen van de spelers garandeert.

“Durven” fouten maken
Bij combinatievoetbal moet iedereen meespelen, niemand mag bang zijn de bal in de voeten te krijgen. Iedereen moet “durven” fouten maken, want enkel op die manier kan je leren.
Het constant trainen op balgevoel moet de spelers zekerheid en rust geven aan de bal. Deze rust, samen met een goede eerste aanname, geeft de speler méér tijd om de vrije man te zoeken. Een goed balgevoel zorgt ervoor dat een speler niet moet “vechten” met zijn bal en niet constant naar de bal moet kijken. Op die manier wordt zijn overzicht op het speelveld groter waardoor hij aan de bal makkelijker de juiste oplossing kan kiezen.

“Voorkeur” voor 4-3-3
Een vast spelsysteem dringen we onze trainers niet op, al wordt het spelen van 4‑3-3 in zone aanbevolen. We staan ook toe dat een ploeg met drie verdedigers voetbalt maar we eisen wel dat alle teams opbouwen vanaf de doelman, ook al kost dit tegendoelpunten. De wedstrijd is beschouwen we als een leermoment en is geen doel op zich.

Gerichte, kindvriendelijke coaching
Elke training moet een leerdoelstelling hebben. Op die doelstelling wordt gecoacht. Een gerichte coaching is uitermate belangrijk om het leerproces van de spelers te versnellen. De trainer moet via vraagstelling de spelers stimuleren zelf oplossingen voor een bepaalde spelsituatie te kiezen. Hij moet nu en dan het spel stilleggen wanneer een veel voorkomend spelprobleem zich voordoet en de spelers laten nadenken over een oplossing. Maar hij moet ook ruimte laten voor zelfontdekking. Niet constant voorzeggen wat er moet gebeuren. Op het tactisch vlak moeten we het niet te ingewikkeld maken. Het meegeven van enkele basistaken als team, per linie en per positie samen met de grondbeginselen van zonevoetbal is voldoende.




De basisprincipes van de JO



Opleiden doe je individueel, niet collectief We leiden binnen onze club geen ploegen op, wel individuen. Het individu en zijn leercurve vormen de focus in onze opleiding.

Het kind staat centraal
In onze opleiding staat het kind steeds centraal. Zijn persoonlijke en voetbaltechnische ontwikkeling vormen de basis voor het uittekenen van leertraject. De belangen van ouders, trainers, club, …, kunnen nooit de overhand nemen.

Spelplezier als basis voor de opleiding
Spelplezier is de basis voor een effectieve en efficiënte opleiding. Uitgangspunt is: leren door te spelen. De trainingsinhoud, volledig gericht op het aanleren van techniek, moet aangepast zijn aan de leeftijd en moet ook tegemoet komen aan de verwachtingen van de spelers. Alles moet uitdagend, maar haalbaar zijn, zodat spelers het gevoel krijgen dat ze bijleren.

Méér voetbal, méér plezier...
Voetballers spelplezier geven kan enkel via het spelen mét de bal. Concreet bestaat de trainingsinhoud vooral uit een combinatie van het vroegere straatvoetbal en de specifieke techniektraining van de Coerver-methode. Deze oefeningen leren de spelers het nodige balgevoel en diverse schijn- en passeerbewegingen.

Niet voetballen maar voetbal “spelen”
Wedstrijdvormen en wedstrijdjes spelen is leerrijk omdat alle weerstanden, zoals tijd, ruimte, tegenstanders, aanwezig zijn. Zo leren spelers hun techniek onder druk uit te voeren en ze leren spelsituaties herkennen waarvoor ze oplossingen moeten vinden. Beide opleidingsvormen garanderen veel balcontacten waardoor het plezierig is voor jeugdspelers.

Doelpunten maken staat centraal
Ons voetbal is in de eerste plaats gericht op doelpunten maken, niet op het verhinderen ervan. Doelpunten scoren is een positieve boodschap, goals verhinderen gaat uit van een defensieve houding. Jonge voetballers beleven, individueel en collectief, het meeste plezier aan goals maken.
In opleidingsfase 1 spelen de keepers 1 match op 2 in het veld - specialisatie vanaf 14 jaar De keepers spelen naast hun wedstrijd in de goal nog 1 wedstrijd op 2 (thuiswedstrijd) in het veld met onze 2de ploeg. Dit zorgt ervoor dat deze ook het nodige voetenspel leren. Spelers moeten verschillende posities leren spelen. Pas dan kan bekeken worden in welke positie de speler het meeste plezier beleeft en hij of zij zijn/haar kwaliteiten ten volle kan ontwikkelen. In het opleidingstraject groeit iedere speler naar “zijn beste positie” toe zonder evenwel een bepaalde polyvalentie te verwerpen. Vanaf U15 kan een speler meer gespecialiseerd worden opgeleid voor één of twee posities.

Groeimarge creëren
Opleiden betekent onder meer groeimarges inbouwen. Spelers moeten leerdoelen voor ogen hebben. Opleiders moeten ervoor zorgen dat die groeimarge steeds aanwezig blijft en dat een speler niet stagneert in zijn ontwikkeling. Het doorschuiven van een speler naar een hogere leeftijdscategorie kan voor een extra groeimarge zorgen. Maar ook het plaatsen van de beste spelers in een zo hoog mogelijke, offensieve positie in het elftal, kan groeimarge creëren bij een jonge voetballer.

Elk kind is even belangrijk
Minder getalenteerde spelers krijgen evenveel aandacht en evenveel speelgelegenheid. Misschien kunnen juist die kinderen de meeste vooruitgang maken. Van meer getalenteerde spelers moeten we ook meer eisen. Voetbal spelen is collectief, voetballers opleiden doe je individueel. Concreet betekent dit dat iedere speler minstens de duur van één volledige helft spelgelegenheid krijgt. Dit wordt steekproefsgewijs gecontroleerd door het hoofd opleiding en de jeugdcoördinatoren.

Speelgelegenheidsprincipes



De speelgelegenheidsprincipes hebben tot doel om al onze jeugdspelers in elke fase van hun individueel ontwikkelingsproces voldoende wedstrijdtijd te garanderen, zodat ze naast hun kwaliteiten ook hun ‘competitierijpheid’ verder kunnen ontwikkelen. Bijkomend zijn deze principes essentieel om een objectieve spelersevaluatie te kunnen uitvoeren. Tevens wenst de Rhodienne te benadrukken dat deze principes perfect passen binnen het sociaal verantwoord kader van waaruit ze haar voetbalopleiding wil aanbieden. Alle jeugdtrainers van de Rhodienne houden zich met de hoogste prioriteit aan volgende speelgelegenheidsprincipes: Elke jeugdspeler die voor een wedstrijd geselecteerd wordt, hetzij als basisspeler, hetzij als reservespeler, speelt minimum 50% van de normale wedstrijdduur. Op voorwaarde dat de speler selecteerbaar was Definities

Minimum 50% van de normale wedstrijdduur:
Wegens de mogelijkheid om doorlopend te vervangen, hoeft 50% van de wedstrijdduur niet automatisch te betekenen dat een speler één volledige helft moet spelen of op de bank moet zitten. Iedere trainer blijft vrij om elke wedstrijd de (doorlopende) vervangingen volgens zijn inschatting en best vermogen door te voeren, maar wel passend binnen de beide speelgelegenheidsprincipes. De trainer dient te beoordelen in hoeverre het speelgelegenheidsprincipe van ‘minimum 50% van de normale wedstrijdduur’ wordt gehandhaafd indien spelers zich in een specifieke wedstrijdsituatie bevinden, zoals (tijdelijke) uitval wegens een kwetsuur, verhoogd risicogedrag m.b.t. een gele- en/of rode kaart, ongehoord gedrag,... ea. We beschouwen deze omstandigheden als uitzonderlijk, m.a.w. ze kunnen geen aanleiding geven om op regelmatige basis af te wijken van dit principe.

Seizoensbasis:
Als seizoensbasis wordt genomen: alle wedstrijden van de reguliere jeugdcompetitie (dus excl. vriendschappelijke wedstrijden en tornooien voor-, tijdens-en/of na de competitie).

Selecteerbaar:
Een jeugdspeler kan enkel geselecteerd worden voor een wedstrijd indien hij ‘selecteerbaar’ is. Het selecteerbaar zijn van een speler wordt in eerste instantie bepaald door de betreffende elftaltrainer. De elftaltrainer bepaalt dit op basis van een aantal factoren, bijv. aanwezigheid en inzet op training. Het selecteerbaar zijn van een speler kan ook vanuit de sportieve coördinatie of medische begeleiding worden beslist, bijv. in het kader van revalidatie of schorsing. Indien de desbetreffende trainer beslist dat een speler niet selecteerbaar is, dient hij dit steeds te kunnen argumenteren.

Doorschuiven van spelers naar een ander elftal:
Indien een speler tijdelijk of definitief wordt doorgeschoven naar een ander jeugdelftal, blijven beide speelgelegenheidsprincipes geldig. Dit geldt voor alle jeugdelftallen van de rhodienne, dus van duiveltjes t.e.m. junioren. M.a.w.: een speler doorschuiven met als enige argument ‘om iemand meer op de bank te hebben’ en hem dan minder dan 50% van de wedstrijdduur laten spelen, kan absoluut niet aanvaard worden.

Keepers 50% per wedstrijd:
Voor doelmannen gelden eveneens de beide speelgelegenheidsprincipes, maar wegens hun specifieke situatie kan het zijn dat:
  • het elftal tijdelijk (bijv. één wedstrijd) niet over een doelman beschikt
  • het elftal langdurig/permanent niet over een doelman beschikt
  • het elftal permanent over 2 doelmannen beschikt
  • Voor elk van deze specifieke situaties dienen éénduidige afspraken te worden vastgelegd tussen de desbetreffende trainer(s) en de sportief verantwoordelijke(n) van de jeugd. Afwijkingen op de speelgelegenheidsprincipes: Er mag slechts in twee situaties ‘bewust’ afgeweken worden van de speelgelegenheidsprincipes, nl:
  • wanneer een jeugdelftal uitzicht heeft op de kampioenstitel. Vermits dit meestal een ‘unieke’ gebeurtenis is voor de desbetreffende spelers, trainer en het elftal, geeft de JO de toelating om een afwijking toe te staan onder de volgende strikte voorwaarden:
    • de aanvraag tot afwijking dient voorgelegd en bekrachtigd te worden door de Sporttechnische Commissie binnen de JO.
    • de aanvraag tot afwijking kan enkel en alleen (dus ten vroegste) ingediend worden en van kracht gaan op maximum drie speeldagen voor het einde van de reguliere competitie
    • wanneer een speler meer dan 1 wedstrijd per weekend speelt. Indien een speler, naast de wedstrijd bij zijn elftal, ook nog geselecteerd wordt voor een wedstrijd bij een ander elftal, kan worden afgeweken van de speelgelegenheidsprincipes. De communicatie en praktische afhandeling gebeurt volgens de vastgelegde verantwoordelijkheden.

Belang van het wedstrijdresultaat



Binnen de JO van KFCRHDH nemen we een zéér duidelijk standpunt in m.b.t. het belang van het wedstrijdresultaat bij onze jeugdelftallen. Onze jeugdtrainers dienen te handelen i.f.v. de individuele vooruitgang van elke speler en niet i.f.v. de stand in het klassement. Tevens mogen we van onze jeugdspelers prestaties eisen, maar geen direct en puur wedstrijdresultaat. Uiteraard mag er gewonnen worden, maar steeds vertrekkende vanuit positieve voetbalideeën, de individuele mogelijkheden van de spelers en het collectieve.

Belang van het wedstrijdresultaat

  • de individuele ontwikkeling van de speler
  • de kwaliteit van het geleverde spel
  • de collectieve prestatie
  • het wedstrijdresultaat


Het aspect ‘winnen’ is inherent verbonden met wedstrijdresultaat. Daarom geven we nog twee aanvullingen hoe we ‘winnen’ kunnen (en moeten!) benaderen, maar steeds rekening houdend met bovenstaande prioriteiten:

“We spelen steeds om te winnen”!
Ja, absoluut! Vooral naar jeugd toe dien je te spelen om te winnen en niet om te verliezen! Dit lijkt hetzelfde, maar het is een wereld van verschil. Denk aanvallend, daar is het voetbal voor gemaakt, nl. meer doelpunten scoren dan de tegenstander. Als je speelt om niet te verliezen dan betekent dit meestal terugdenken, teruglopen, terugzakken. OK, dit hoort er ook bij, maar de intentie moet altijd zijn: ik wil winnen. Coachen om te willen winnen is bij balbezit eerst naar voor kijken, eerst diepte, in de lengte van het veld. En niet: ik ben bang dat ik de bal ga verliezen. Ook niet: de intentie hebben om diep te spelen maar dan als speler toch niet mee doorschuiven met als argument ‘als we de bal verliezen, dan sta ik tenminste verdedigend goed’. Nee, wij hebben de bal, daar gaan we iets mee doen. Dat moet je als coach ondersteunen, zo moet je naar jeugd toestappen!

“De trainer moet zijn spelers in eerste instantie leren om te willen winnen”!
Het zijn in eerste instantie de spelers die de wedstrijd moeten willen winnen, en niet de trainer. Dat moet de trainer hen als eerste aanleren. En als de trainer zelf ook wil winnen, gaat dit hand in hand!






FACEBOOK












In the picture



Bezoekers vandaag: 188
Bezoekers gisteren: 257
Bezoekers deze maand: 6660

INSCHRIJVING - INSCRIPTION

Inschrijven

SPONSORS